Nanotechnologie, een risicovolle aangelegenheid

 

FNV is bezorgd over veiligheid op de werkplek en het ontbreken van kennis bij werknemers.

 

'Amerikaanse toxicologen vrezen dat de toenemende productie van nanomaterialen, microscopische deeltjes die worden gebruikt in cosmetica en elektronica, tot problemen gaat leiden bij arbeiders in het productieproces. Uit nieuwe studies in ratten en konijnen blijkt dat het inhaleren van zulke deeltjes, niet veel groter dan een miljoenste millimeter, leidt tot ontstekingen in de longen, schade aan DNA en verhoogde kans op bloedpropjes.’ (Volkskrant, 23-3-2005)

 

Nanotechnologie is de nieuwe hype. Europa investeert in vier jaar bijna 1,5 miljard euro in de ontwikkeling en toepassing van nanotechnologie. De markt bereikt in 2010 de 1000 miljard dollar, terwijl er nog geen enkele regulering van risico's is. Zowel het RIVM als de Gezondheidsraad constateren dat er te weinig kennis is over de toxicologische risico’s van nanotechnologie, terwijl een groeiend aantal producten op de markt verschijnt. Deze gerenommeerde instituten pleiten voor meer regelgeving op het gebied van veiligheid en Nanotechnologie. Nano betekent overigens een miljoenste van een millimeter. Technologieën die werken op deze schaal worden tot de nanotechnologie gerekend. Nanodeeltjes worden al in vele, normaal op de markt verkrijgbare producten verwerkt, waaronder in zonnebrandcrèmes, tandpasta’s en cosmetica, medicijnen, reinigingsmiddelen, auto-onderhoudsmiddelen etc.

 

Nanotechnologie is nu niet alleen een hype, het is nu al booming business en belooft in de naaste toekomst nog veel meer, zowel in onderzoek als binnen de industrie. Sommige wetenschappers spreken nu al over een revolutie die ongekend groot is en zich al over minder dan vijftig jaar voltrekt. Vergelijkingen worden getroffen met de uitvinding van de stoommachine. Nanotech wordt door velen geassocieerd met het hoge tempo waarop op de elektronica zich op steeds kleinere schaal ontwikkeld. De introductie van nieuwe ultrafijne nanodeeltjes met ongekende eigenschappen doet het hart van menig onderzoeker sneller kloppen en er wordt volop gespeculeerd over tal van toepassingen die ons het leven in de naaste toekomst in hoge mate zal vergemakkelijken of veraangenamen. Geld dat wordt besteed aan onderzoek naar de milieu- en gezondheidsrisico’s van de verregaande miniaturisering van stoffen is echter minimaal, terwijl er toch volop redenen zijn om de nieuwe technologie in dit opzicht met argusogen te bekijken. Vooralsnog krijgen vooral de veelbelovende voordelen voor mens en milieu de aandacht. Zo is de verwachting dat de vervuiling zal kunnen worden beperkt, de enorme problemen rond chemisch afval en het uitputten van onze energiebronnen zouden tot het verleden kunnen gaan behoren, en nieuwe producten voor een verdere stijging van de welvaart zullen zorgen.

 

Mooie woorden, maar wat moeten we ons dan voorstellen van deze technologie?

 

Wat is ‘nano’?

Het voorvoegsel ‘nano’ in het woord nanotechnologie slaat op de piepkleine schaal waarop de nanotechnologie zich afspeelt, namelijk de schaal van één tot enkele nanometers. Een nanometer = 1 nm = 10-9m!. We zien dat een nanometer een lengte is waarop nog maar enkele atomen passen. Nanotechnologie is dan ook de technologie op de schaal van enkele atomen.

 

Nanowetenschappers beloven toepassingen in de geneeskunde, de energieproductie, de informatieopslag en de chemie. Er wordt onder meer gewerkt aan zelfreinigende kleding, efficiëntere batterijen en zonnecellen, drug delivery systems die medicijnen ‘afleveren’ bij specifieke delen van het lichaam, een mobieltje dat zo klein is dat het in je kies past en een laboratorium op een chipcard. De talloze mogelijkheden van nanotechnologie leiden tot even zovele vragen over de invloed ervan op de maatschappij. Nanotechnologie roept oude vragen op over ICT, privacy en duurzaamheid, maar zet ook nieuwe onderwerpen op de agenda, zoals de maakbaarheid van mensen: zoals bijvoorbeeld het vergroten van de zintuiglijke waarneming middels een nano-implantaatje in het oog, waardoor infrarood licht eveneens zichtbaar zou worden. Ontwikkelingen waarbij men zich met goed fatsoen kan, en moet afvragen, of die wenselijk zijn Een voor de vakbeweging zeer actueel onderwerp is het gezondheidseffect van nanodeeltjes. Immers, aan praktisch alles dat geproduceerd wordt, wordt men blootgesteld. Nieuwe deeltjes met nieuwe eigenschappen kunnen evenzogoed ook nieuwe gezondheidseffecten met zich meebrengen. En zo lang de toxiciteit niet is vastgesteld, de mate van blootstelling niet bekend is, kan men ook maar weinig zeggen over de risico’s, en is men wellicht gedwongen uit voorzorg maatregelen te nemen die een onbelemmerd gebruik van nanodeeltjes in producten in de weg staan.

 

Als Nanotech dan zo belangrijk wordt, wat merken wij als ‘gewone mensen daar nu al van of kunnen we binnenkort verwachten?

 

Een paar voorbeelden uit de alledaagse praktijk: nu gooien we om de 20.000 km 5 liter olie in het carter van de auto, met splitsen van olie in fijnere deeltjes verandert de fysische eigenschap van olie, smeert vele malen beter en hoeft er op termijn misschien slechts een kwart liter in het carter te worden gegooid en behoort verversen van olie tot het verleden. Een enorme winst voor het milieu. 

 

Nu moeten glazenwassers nog halsbrekende toeren uithalen om ramen te wassen. Met behulp van een laagje chemisch verfijnde substantie maakt het raam zichzelf schoon. Glazenwassers, jammer voor  hen, zullen steeds minder nodig zijn. 

 

Vliegtuigen zullen kunnen worden gebouwd met materialen die vele malen sterker en lichter dan nu het geval is. Energieverbruik, snelheid en capaciteit van vliegverkeer (hoewel ook een probleem op zich…..) zal dramatisch veranderen. 

 

Ziekten als kanker zullen op geheel andere wijze worden bestreden. Met nanomedicamenten kan diagnose al in een zeer voegtijdig stadium van de ontwikkeling van de kanker plaatsvinden en zouden in de cel zelf zelfs ‘operaties’ kunnen worden verricht waarmee de kleinste beschadigingen zouden kunnen worden hersteld.

 

Een andere kant aan deze mooie lonkende medaille is de nog grote onbekendheid, zeker voor wat betreft de lange termijn effecten voor de gezondheid van mensen die worden blootgesteld aan nanodeeltjes. 

 

Van vele stoffen die thans gebruikt worden op de werkplek is redelijk veel bekend. De fysische/chemische eigenschappen, de giftigheid en gezondheidsrisico’s, het beschermingsniveau dat geboden is, een MAC-waarde die blootstellingduur en niveau begrenzen etc. Wanneer echter een dergelijke stof wordt ‘verfijnd’ tot nanoniveau, dan veranderen in een aantal gevallen daarmee ook de eigenschappen van deze stof en weten we vervolgens nog maar weinig over wat deze stof kan veroorzaken. Immers, de zeer kleine deeltjes kunnen bijvoorbeeld bij mensen door de huid in het lichaam dringen, zonder dat de mens daar erg in heeft. De bestaande beschermingsmiddelen die tijdens het verrichten van werk worden gedragen, voldoen dan niet meer en er kan tengevolge daarvan schade worden aangericht aan het lichaam. Vitale organen zouden kunnen worden aangetast, met als gevolg ernstige ziektes of nog erger. Nanodeeltjes kunnen diep in de menselijke cel doordringen en DNA structuren beschadigen.

 

Titaniumdioxide bijvoorbeeld kennen de meeste mensen als pigment in de verf die op muren wordt aangebracht. Het is bekend vanwege de mooie weerkaatsende kracht van het licht, waardoor de muur als helder wit wordt waargenomen. Deze stof is voor toepassing in verf chemisch zover ‘gedeeld’ dat hij zijn witmakende eigenschappen optimaal vervult. Wanneer deze stof echter verder wordt verkleind tot op nanoniveau, dan veranderen een paar eigenschappen en weerkaatst het het zichtbare licht niet meer en wordt transparant, maar vangt nog wel het UV-licht op dat een andere golflengte heeft. Het zichtbare licht gaat nu als het ware door de verf heen terwijl UV straling wel wordt tegengehouden. Het is deze eigenschap van nano-titaandioxidedeeltjes die wordt gebruikt in sommige moderne zonnebrandcrèmes. Tegelijkertijd weten we echter nog niet goed of de deeltjes uit de crème door de huid kunnen dringen, en op die manier in het lichaam terecht kunnen komen, om daar een ongewenst effect gezondheidseffect te veroorzaken. De industrie stelt dat huidpenetratie niet optreedt, maar er zijn wetenschappers die dit sterk betwijfelen. Zekerheid hieromtrent ontbreekt vooralsnog. Een andere toepassing van titaniumdioxide in nano-vorm is als “smeermiddel” bij het transport van poeders door buizen. Omdat het zulke fijne deeltjes zijn, zorgen ze voor een betere (gesmeerde) doorstroming van de grovere poeders door het systeem. Verspreiding van de ultrafijne nanostofdeeltjes in de werkruimte ligt in deze toepassing misschien nog wel sterker op de loer. 

 

In de toekomst zullen nanodeeltjes veelvuldig op de werkplek van miljoenen werknemers een dagelijkse metgezel worden. Een helemaal nieuw fenomeen is dit overigens niet. Van oudsher worden werknemers al blootgesteld aan nanodeeltjes in de diesel uitstoot, of aan lasrook bij het lassen van metaal, of het verhitten van polymeren. Dit zorgt nu al voor grote gezondheidsproblemen.

 

We moeten er overigens wel voor waken om alle nano over de ongerustheidkam te scheren. Gelukkig zijn veel nu al gebruikte toepassingen veilig omdat het gaat om toepassing in vaste producten waaruit verspreiding niet plaats vindt. Bij de productie van autobanden, protheses, glasproducten, ceramische membranen, textiel, coatings, medische apparatuur lijkt die toepassing (redelijk) veilig, maar de nano-grondstoffen voor deze producten moeten wel geproduceerd worden. Een veilige grondstofproductie moet dan wel gewaarborgd zijn, en hetzelfde geldt voor het hiernavolgende transport, of de onderhouds- en reinigingswerkzaamheden die bij deze toepassingen plaats moeten vinden.

 

Nog evidenter is het risico bij toepassingen waar nanodeeltjes in een ongebonden vorm “in het verkeer” worden gebracht, en als zodanig gemakkelijk vrij kunnen komen en ingeademd kunnen worden. De fijne nanodeeltjes zijn namelijk zo licht dat ze zich bijna hetzelfde als een gas gedragen. Het meest tot de verbeelding sprekend in dit opzicht is de toepassing in spuitbussen als reinigings- of onderhoudsmiddel. Vooral voor toepassing in de auto (ruitenreiniger) treft men vele aanbiedingen aan op Internet. Maar denk hierbij bijvoorbeeld ook aan medicijnen (en dan niet enkel aan de patiënt, maar hoe zit het met de verpleegster die indirect aan het medicijn, al dan niet via excrementen, wordt blootgesteld). Of de zojuist besproken cosmetische producten die we op het lijf aanbrengen. 

 

Noodzaak tot enige kennisvergaring

 

Duidelijk is dat iedere nieuw nanoproduct en nieuwe nanotoepassing zorgvuldig moet worden bekeken op nieuwe risico’s en dat maatregelen moeten worden genomen ingeval men onvoldoende weet.

 

Informatieachterstand of kennisgebrek mag geen reden zijn om geen maatregelen te nemen, integendeel juist dan moet men handelen. Tegelijkertijd moet men er voor waken dat kennisachterstand zou leiden tot een scheiding der geesten, zodanig dat betrokkenen de aansluiting bij de discussie zouden missen en daardoor feitelijk van hun invloed op een positieve sturing van de ontwikkeling afzien. Dat geldt, mits we er niets aan doen, binnenkort ook voor de vakbonden, hun leden en werknemers in brede zin. Vraag een FNV lid of medewerker wat nanotechnologie is; praktisch iedereen moet het antwoord schuldig blijven.

 

Nog slechter, vraag een bedrijfarts wat de risico’s zijn van nanoparticles; de kans is groot dat het stil blijft.

 

Om deze situatie te wijzigen, organiseerde het onderzoeks- en adviesbureau IVAM (Universiteit van Amsterdam), in nauwe samenwerking met de Europese vakbeweging, Europese milieubeweging en diverse universiteiten het project Nanocap (Nanotechnology Capacity Building NGO’s) dat er op gericht is om vakbonden en milieuorganisaties te voorzien van voldoende kennis op nanowetenschappelijk en –technologisch gebied zodat voor hen onafhankelijke beleidsvorming en sturingsmogelijkheden mogelijk worden. De nadruk wordt hierbij zowel op milieu en arborisico’s als op aan nanotechnologie gerelateerde ethische kwesties gelegd. Aan het project Nanocap, dat door IVAM wordt gecoördineerd, nemen vanuit Nederland de FNV, Natuur en Milieu en de Universiteit van Amsterdam deel. Met zestien partners wordt praktisch geheel Europa “bediend”. De kennisvermeerdering, visies en ideeën die dit project oplevert zullen intensief met de achterbannen c.q. werknemers worden besproken. De organisaties nemen zich voor om rondom nanotech hun inbreng te laten horen, als het gaat om milieu, arbeid en gezondheid, maar ook bij het maken van toekomstig beleid rondom zaken als privacy en werkgelegenheid.

 

Dat nanotechnologie de wereld zal veranderen staat vast. Die verandering moet dan wel in samenspraak met burgers en werknemers geschieden. 

 

 

Wim van Veelen, beleidsmedewerker arbeidsomstandigheden FNV Vakcentrale, lid SER commissie Arbeidsomstandigheden

 

Marie-Jose Sengers, adviseur Bureau Beroepsziekten FNV

 

Pieter van Broekhuizen, coördinator project nanocap, lid Commissie MAC-waarden van de SER